De hongersnood van 1984 in Ethiopië was één van de grootste humanitaire rampen van de vorige eeuw. Sinds de eerste berichten van de hongersnood in 1984 en Bob Geldofs ‘Live Aid’-concerten een jaar later roept Ethiopië bij veel mensen nog altijd in de eerste plaats het beeld op van uitgehongerde Afrikaanse kinderen, stervende moeders en een onmetelijke, uitzichtsloze miserie.
De Engelse journalist Peter Gill was één van de eersten die in 1984 doordrong tot het epicentrum van de hongersnood in het Noorden van het Ethiopië. Nu – 25 jaar later – keert hij terug naar Ethiopië. Het resultaat kan je nalezen in ‘Famine and Foreigners’, een combinatie van stevig onderbouwd journalistiek onderzoek, travelogue en een reeks interviews met enerzijds sleutelfiguren als premier Meles Zenawi en econoom Joseph Stiglitz en anderzijds een landbouwer uit de Ethiopische hooglanden en een herder uit de Somali-regio (een afgelegen, uitgestrekt gebied in zuid-oost Ethiopië dat in 2000 met een ‘vergeten’ hongersnood af te rekenen kreeg). Tegelijkertijd is ‘Famine and Foreigners’ een soort recente geschiedenis van Ethiopië – vanuit het perspectief van de hongersnood.
Gill heeft zijn boek in vier hoofdstukken verdeeld: ‘Then’, ‘Transitions’, Now’ and ‘Prospects’. In het eerste deel zoemt hij in op de verschillende hongersnoden die Ethiopië de voorbije eeuw over zich heen heeft gekregen. Een hongersnood die tegenwoordig vaak vergeten wordt is die van 1973. Deze zou twee jaar later indirect leiden tot het afzetten van de ongenaakbare keizer Haile Selassie. De hongersnood van 1984/1985 zou op termijn dan weer leiden tot de val van het communistisch regime (de Derg) en de onafhankelijkheid van Eritrea, waardoor Ethiopië onder andere een rechtstreekse toegang tot de zee verloor. Zoals voor wel meer Afrikaanse landen levert ook ontwikkelingshulp een stevige bijdrage aan de Ethiopische economie. In 1994 waren er een zestigtal liefdadigheidsorganisaties actief in Ethiopië. Tegenwoordig zijn er een paar duizend. Een belangrijk deel van zijn boek wijdt Gill aan de niet altijd propere rol die Oxfam bij dit alles gespeeld heeft. Het begon al eind jaren tachtig toen Oxfam (dat destijds als ngo iets te nauwe banden had met de Britse Labour-partij) iets te gemakkelijk zweeg over de katastrofale ‘resettlement’-politiek van het toenmalig communistisch regime. Persoonlijk gaat Gills voorkeur eerder uit naar het (oorspronkelijk Franse) Artsen Zonder Grenzen dat zich als ngo toch altijd meer afzijdig van de politiek heeft gehouden. Andere thema’s die Gill aan bod laat komen zijn verder de cruciale rol van gezinsplanning, AIDS, de rol van de invloedrijke econoom Joseph Stiglitz en – uiteraard – de komst van de Chinezen.
Peter Gill gedraagt zich in ‘Famine and Foreigners’ als een ware gentleman. Hij graaft bij momenten diep, wijst ook fouten en schuldigen aan maar maakt niemand genadeloos af – ook niet de ietwat enigmatische Meles Zenawi. Gill heeft verschillende gesprekken gehad met de niet onbesproken minister-president. Hij beschrijft hem als uiterst intelligent en, door zijn lange regeerperiode en zijn goede banden met de USA, als één van de machtigste leiders van het Afrikaanse continent. Zelfs wanneer hij het over mans autoritaire trekjes heeft (de zwaar gecontesteerde en bloedige verkiezingen van 2005 komen uitvoerig aan bod), blijft hij al bij al vriendelijk.
In zijn hoofdstuk over de verkiezingen van 2005 citeert Gill de Indiase econoom en filosoof Amartya Sen. In ‘Development as Freedom’ schreef deze laatste: ‘It is not surprising that no famine has ever taken place in the history of the world in a functioning democracy (…) I would argue that a free press and an active political opposition constitute the best early warning systems a country threatened by famine can have.’ Het Ethiopië van Haile Selassie in 1973 was een feodale, autocratische maatschappij; het Ethiopië van Mengistu in 1984 was een communistische, autoritaire, ontspoorde dictatuur die wel heel soepel omging met mensenrechten; het Ethiopië van Meles Zenawi in 2010 is een democratie waarin de minister-president na een regeerperiode van 19 jaar een verkiezingsoverwinning boekt van meer dan 99,5% van de stemmen – een score waar zelfs Moubarak in zijn beste tijd niet van durfde dromen. Een nieuwe hongersnood dient zich in Ethiopië momenteel niet meteen aan, maar – de huidige politieke ontwikkelingen in Noord-Afrika indachtig – niets zegt dat het ook in Ethiopië wel eens zou kunnen gaan stormen. Honger (of die nu te wijten is aan hongersnood of stijgende voedselprijzen) is een ideale voedingsbodem voor revolutie. Marx wist dit al in de 19de eeuw, Ben Ali en Moubarak weten het sinds kort ook. Benieuwd hoe het Meles Zenawi en Ethiopië zal vergaan.
Gearchiveerd onder: Cultuur,Literatuur/Boeken getagged: | Bob Geldof,boek,Ethiopië,Famine and foreign




