
‘Een ochtend in Irgalem’ (2001) van de toen amper 30-jarige Italiaanse filmmaker/schrijver Davide Longo is eindelijk in het Nederlands vertaald. Met dit debuut als romanschrijver heeft Longo een Italiaans/Ethiopische versie van ‘Heart of Darkness’ geschreven én een klein meesterwerk.
De Ethiopiërs zijn er nog altijd trots op dat hun land het enige Afrikaanse land was dat op het einde van de 19de eeuw de zogenaamde ‘scramble for Africa’ overleefde en dus onafhankelijk bleef. Veel heeft het nochtans niet gescheeld: Vooral Italië dat na haar moeizame éénwording weer volop droomde van een groot rijk en onder andere Eritrea en Somalië in haar bezit had, wilde maar al te graag Ethiopië inlijven. Voor de Italianen draaide dit alles op een nooit gezien fiasco uit: Ze werden in 1896 nabij Adwa door de Ethiopische troepen verslagen – meteen de eerste nederlaag van een Europese natie op Afrikaans grondgebied. Veertig jaar later zou Mussolini er alsnog in slagen de schande van Adwa ongedaan te maken en Ethiopië te veroveren. Ondanks hun relatief kort verblijf (in 1941 werd Ethiopië met de hulp van de Engelsen opnieuw onafhankelijk) hebben de Italianen een blijvende invloed op Ethiopië gehad. Italië wilde van Ethiopië een belangrijke economische peiler maken en investeerde bijvoorbeeld zwaar in wegen- en stedenbouw. Het Ethiopisch verzet duurde echter voort met als hoogtepunt de mislukte aanslag op de Italiaanse onderkoning Graziani in februari 1937. De reactie van Graziani was ongezien brutaal. Meer dan tienduizend Ethiopiërs werden doodgeschoten, onthoofd, gecastreerd of verkracht. Op Siddist Kilo in Addis Abeba staat tegenwoordig nog altijd een monument ter nagedachtenis van de slachtoffers van dit buitensporig geweld.
Het is in dit Ethiopië van 1937 dat ‘Een ochtend in Irgalem’ zich afspeelt. De jonge legeradvocaat Pietro Bailo is voor een netelige kwestie van Torino naar Addis Abeba gestuurd. Hij moet een zekere Prochet verdedigen, een sergeant die het zelfs naar Italiaanse maatstaven al te bont heeft gemaakt. “Wat je over hem hoort is dat het een gek is, een beest, iemand die hier in Afrika is doorgedraaid, als hij dat niet al was”, weet een soldaat in Addis hem te vertellen. In het dossier leest Pietro de meest gruwelijke verhalen over verdwijningen, slachtpartijen, het afbranden van dorpen en zelfs kannibalisme. Een soldaat die met Prochet in de oncontroleerbare Sidamo-streek heeft rondgetrokken (waar ook het Irgalem van de titel gesitueerd is) vertelt over hem onder andere het volgende verhaal: “Prochet tilde het kind, dat was gaan huilen, met één arm op en liet het aan iedereen zien. Met een rake stoot boorde hij het mes in de oksel en trok het naar beneden. Het kind draaide het hoofd verstomd om. Prochet had zijn hand in de gapende wond gestoken en graaide in het kind.” Iedereen die Pietro ontmoet is ervan overtuigd dat deze Prochet ter dood veroordeeld moet worden. Pietro raakt hoe langer hoe meer geïntrigeerd door de zwijgzame Prochet en de motieven die hem tot deze gruwelijkheden hebben aangezet. In die mate zelfs dat Pietro’s onderzoek een persoonlijke odyssee wordt naar de wortels van het kwaad en de eigenlijke rechtszaak – paradoxaal genoeg – hoe langer hoe meer naar de achtergrond verdwijnt (Prochet wordt door de krijgsraad ter dood veroordeeld en wat er zich nu precies die ochtend in Irgalem afspeelde, komt de lezer niet echt te weten).
Hoewel Pietro in Torino een relatie heeft met een getrouwde vrouw, begint hij een relatie met Teferi, een Ethiopische vrouw, en raakt hij gaandeweg meer en meer verstrikt in een vooral door hemzelf gesponnen web van intriges. Het boek eindigt voor Pietro op een totaal debacle. Met een moord, een geslachtszieke en de reden voor zijn verplaatsing naar het verre Ethiopië. Ergens halverwege het verhaal breekt bovendien het regenseizoen in alle hevigheid uit. Het voordien door een drukkende warmte gegijzelde Addis verandert door aanhoudende regens in een smerige modderpoel: het perfecte decor voor het laatste stadium in de hellevaart van Pietro.
Davide Longo komt uit de filmwereld en dat merk je ook aan zijn stijl die tegelijkertijd heel atmosferisch en heel suggestief is. Bovendien is ‘Een morgen in Irgalem’ duidelijk schatplichtig aan Joseph Conrads ‘Heart of Darkness’ en Coppola’s vrije bewerking hiervan in ‘Apocalypse Now’. Voor Conrad lag de hel ergens in het binnenland van Belgisch Congo, voor Coppola in het door oorlog geteisterde Vietnam. Longo situeert de hel in Ethiopië, met het door syfilis-, malaria-, en lepralijders, zwarte prostituees en bronstige Italiaanse soldaten bevolkte Addis Abeba als het voorgeborgte en het in het zuidwesten van Ethiopië gelegen Sidamo-gebied als vermoedelijk middelpunt. De afgrond, zo lijkt Longo te suggereren, ligt echter bovenal in de mens zelf. In sergeant Prochet, maar ook in Pietro. “Ik ben nu zes jaar in Afrika, luitenant, en ik heb al heel wat mannen van de ene op de andere dag zien doordraaien, zonder enige reden. Hier moet je stevig in je schoenen staan”, laat Longo één van zijn personages zeggen. En tegen dit Afrika is Pietro Bailo duidelijk niet opgewassen.
Davide Longo, Een ochtend in Irgalem. Vertaald uit het Italiaans door Pieter van der Drift. De Geus, Breda, 2009. ISBN 9789044512472. Aantal blz.160, € 17.90
(c) Wim Michiel
Filed under: Cultuur, Literatuur/Boeken


