Kibret Mekonnen over persvrijheid in Ethiopië
Kibret Mekonnen stuurde ons volgend artikel toe waarin hij zijn opinie geeft over de huidige regering in Ethiopië en de onderdrukking van de persvrijheid. Het artikel verscheen december 2007 in Ex-Ponto, een journalistiek internetmagazine, gemaakt door vluchteling-journalisten en migranten. We geven u dit artikel mee omdat we graag verschillende stemmen (ook die van de oppositie) willen laten horen.
Kibret Mekonnen is journalist en vormgever voor audiovisuele media. Hij ontvluchte zijn land Ethiopië in 1995 en woont sindsdien in Nederland. Sinds april 1998 maakt Kibret samen met zijn Ethiopische collega´s het wekelijkse televisieprogramma ‘EthioTV’, dat op Salto wordt uitgezonden.
Een zaak van lange adem: De strijd om persvrijheid in Ethiopië
Jaarlijks stellen het Comittee to Protect Journalists, Amnesty International, de International Federation of Journalists (IFJ) en een groot aantal andere media- en mensenrechtenorganisaties een lijst samen van tien landen waar de vrijheid van meningsuiting en de pers het meest onder druk staat. Ethiopië staat al vijftien jaar in die top tien.
Ik ben zelf opgegroeid met verhalen over hoe onze grootouders tegen het fascistische Italië vochten. Het waren verhalen van oorlog, patriottisme en heldendaden. Ik ben geboren in 1970, vlak voordat de Dergue na een militaire coup aan de macht kwam*, waarop geweld, terreur, burgeroorlog, dictatuur, hongersnood en oorlog met Somalië volgden.
Lange tijd was Ethiopië feodaal. Toen kwam er een communistisch bewind en nu wordt er een politiek op etnische grondslag gevoerd. En nu, aan het begin van de eenentwintigste eeuw, vertellen eerste minister Meles Zenawi en zijn trawanten trots dat zij zeventien jaar lang gevochten hebben om het regime van Mengistu te verdrijven, voor democratie en vrijheid in het land. Die langdurige oorlog kostte echter het leven van een miljoen onschuldige en arme mensen. De economische en sociale schade is onvoorstelbaar.
Dit alles gebeurde in naam van de democratie en de bevrijding van de militaire dictatuur. Maar in de praktijk bracht het nieuwe regime van premier Meles Zenawi geen verandering ten goede. Alles werd juist nog erger en ernstiger; geweld, terreur, burgeroorlog, dictatuur, hongersnood, oorlogen met buurlanden en mensen die het land ontvluchtten. Uiteindelijk bleken de offers die miljoenen Ethiopiërs in alle oprechtheid voor hun land hadden gebracht zinloos.
De verandering ging niet verder dan dat de dictatuur van Mengistu Haile Mariam vervangen werd door de dictatuur van Meles Zenawi. Het valt zelfs goed te beargumenteren, dat het huidige regime voor vele Ethiopiërs en voor het land als geheel nog erger is dan dat van Mengistu. Het voert in de context van dit artikel echter te ver om dieper op politieke, sociale en economie aspecten in te gaan. Van persvrijheid naar onderdrukking
Na de val van het militaire regime in mei 1991 beloofden de zegevierende guerrillastrijders van het Ethiopisch Revolutionair Democratisch Volksfront (EPRDF) dat voor het eerst in het duizenden jaren oude Ethiopië vrijheid, democratie, meningsuiting en persvrijheid zouden heersen. De regering en het EPRDF bleven echter radio, televisie en het nationale dagblad controleren.
Op 21 oktober 1992 gaf de regering een persbericht uit waarin persvrijheid werd geëist. De meeste Jonge Ethiopiërs en journalisten vonden dat het EPRDF-regime een juiste maatregel had genomen. In korte tijd verschenen in Addis Abeba en andere grote steden van het land meer dan tweehonderd onafhankelijke tijdschriften en weekkranten in tabloidformaat. De media bleken de beste strijdmethode om democratie en mensenrechten in het land te verzekeren. Dat blijkt ook uit een opmerking van mijn leeftijdgenoot en collega Elias Wondimu, die op dit moment in ballingschap leeft:
‘Ik ben van de generatie die de jaren zeventig, tachtig en negentig heeft meegemaakt en ik ben er getuige van geweest hoe teleurgesteld de jeugd is geworden nadat de huidige regering in 1991 op de macht was gekomen. In de afgelopen vijftien jaar waren er teveel mensenrechtenschendingen, teveel geweld, teveel burgeroorlog, massamoorden, arrestaties en ontvoeringen. Ondanks de onderdrukking en teleurstelling die mijn generatie moet meemaken, heeft die echter niet naar de wapens gegrepen om de vicieuze cirkel van vernietiging en geweld te doorbreken.Onder leiding van ervaren journalisten is mijn generatie begonnen gebruik te maken van haar democratische rechten, door in plaats van naar vuurwapens naar de pen te grijpen.’
Toen ik met mijn journalistieke carrière als zelfstandig uitgever en redacteur begon, was ik pas twintig jaar oud en studeerde ik nog op de universiteit. De meeste van mijn collega´s waren van ongeveer mijn leeftijd en hadden nog minder ervaring dan ik. We houden echter nog steeds moedig stand, we houden van ons vaderland en houden ons democratische ideaal hoog. Later besloot een groot aantal onafhankelijke journalisten om een vereniging op te richten om hun strijd gezamenlijk te kunnen voeren, de Ethiopian Free Press Journalists’ Association (EFJA), iets wat het regime natuurlijk in het verkeerde keelgat schoot. Kort nadat de vereniging begin augustus 1993 met haar activiteiten begon, werd de EFJA doelwit van staatsonderdrukking en het duurde acht jaar lang voordat de organisatie officieel erkend werd. De doelstelling van de EFJA is nog steeds om in het land persvrijheid te bewerkstelligen.
De Ethiopische regering gebruikte de term ‘vrije pers’ als methode om het westen te overtuigen van het democratisch gehalte van het regime. Binnenslands onderdrukt de regering de pers meedogenloos, maar door dergelijke misleiding weet het regime niettemin leningen en fondsen los te krijgen. Vrije journalistiek is geen gemakkelijk vak in Ethiopië. Journalisten van de vrije media ontvangen geen uitnodigingen voor de persconferenties van ministers, van premier Meles Zenawi of van andere overheidsinstanties. Vragen aan ambtenaren blijven onbeantwoord en publicatie van een ingezonden brief kan leiden tot arrestatie van de hoofdredacteur en/of de uitgever. Hoge boetes, pesterij en eigenmachtige arrestaties hebben vaak de opheffing van kritische kranten tot gevolg.
Het dictatoriale bewind van eerste minister Meles Zenawi heeft ervoor gekozen de media onder druk te zetten door de aanval te openen op journalisten en doet dat met een beproefd middel. Er is een zogenaamde ‘hitlist’ opgesteld waarop journalisten staan en anderen die als landverraders worden gezien. Het is inmiddels voor de vrije pers een way of life om het regime steeds weer te confronteren en uit te dagen onder de voortdurende, vernietigende onderdrukking. Het resultaat van deze nobele prestatie is, dat de pers in Ethiopië een constructieve bijdrage levert aan het vestigen van de democratie in het land.
Grootschalige Intimidaties:
Ondanks het voortdurend lastigvallen, de intimidatie, de gevangenisstraffen, de arrestaties en boetes heeft de regering niet kunnen voorkomen dat journalisten erop gebrand zijn een krant uit te geven. Als één journalist wordt gearresteerd neemt een andere de pen en de verantwoordelijkheid over en gaat verder waar de vorige is opgehouden; als de politie de werkruimte, computer of typemachine van een journalist in beslag neemt, gaat hij naar een andere locatie of naar een collega om verder te werken. Journalistiek bedrijven in Ethiopië is een missie van hoop op verandering, hoop op een goed functionerende democratie en werkelijke vrede.
Na de rampzalig verlopen verkiezingen van mei 2005, waarbij tientallen demonstranten werden doodgeschoten, is er van onafhankelijke pers in Ethiopië nauwelijks meer sprake. Premier Meles Zenawi verbood onafhankelijke kranten en veel journalisten werden opgepakt, gevangengezet en fysiek en psychisch gemarteld. Leden van de Ethiopische vrije pers werden door de agenten en politie in burger zonder gerechtelijk bevel aangehouden en gearresteerd. Vijftien Ethiopische journalisten van onafhankelijke media werden in staat van beschuldiging gesteld van landverraad en deelname aan genocide.
In de afgelopen 14 jaar zijn meer dan honderd journalisten het land ontvlucht, waaronder ikzelf, naar alle windstreken. Zes van hen wonen in Nederland. Meer dan de helft van de bestuursleden van de EFJA hebben Ethiopië gedwongen moeten verlaten en alle nieuwsbronnen op internet zijn in Ethiopië geblokkeerd. Zeker vanaf mei 2005 tot 12 september 2007 (1 september 2000 volgens de Ethiopische jaartelling) heeft men niet kunnen sms-en werden de telefoonverbindingen van een groot aantal mensen verstoord.
De meeste van de vijfenzeventig miljoen inwoners van Ethiopië hebben alleen toegang tot de staatsradio en -televisie, die in het hele land te horen en te zien zijn. Behalve de Amhaars- en Engelstalige landelijke kranten die op dit moment in Ethiopië verschijnen en die direct of indirect in verbinding staan met het regime, is er alleen een klein aantal kranten dat alleen over sociale onderwerpen, sport en entertainment schrijft.
De Ethiopian Free Press Journalists’ Association heeft sterke banden met internationale organisaties voor media en mensenrechten. De EFJA is ook winnaar van de 1996 Rob Bakker Memorial Award van de NVJ/IFJ, de IPI-Free Media Pioneer Award, de Freedom to Write International Award van PEN US en de Amnesty International Media Award 2004.
De zesentwintig jaar oude journaliste Serkalem Fasil is één van de negen vrouwelijke journalisten die genomineerd zijn voor de Award for Courage in was mede-uitgever van drie vrije kranten in Ethiopië. Ze was ook één van de vijftien journalisten van onafhankelijke of private kranten die na de verkiezingen van mei 2005 werden gearresteerd. Ze zat anderhalf jaar lang vast en tijdens haar gevangenschap baarde ze een kind in de weinig hygiënische omstandigheden van de Kaliti gevangenis. De erkenning die de EFJA klaarblijkelijk bij vakgenoten geniet maakt de leden vastbesloten om de strijd tegen de repressie van de regering voort te zetten.
Een decennium geleden waren de Ethiopische journalisten in ballingschap klein in aantal, stonden ze ver van de vuurlinie. Nu echter kunnen we onze stem laten horen en ons vakmanschap laten tellen om de erbarmelijke toestand waarin niet alleen onze collega’s maar ook het Ethiopische volk verkeren aan de internationale gemeenschap kenbaar te maken. En dat alles dankzij de ondersteuning van de internationale media- en mensenrechtenorganisaties die de persvrijheid, Ethiopië en de Ethiopiërs een goed hart toedragen. Hun onvoorwaardelijke steun was en is cruciaal voor onze overleving in diaspora en strijd tegen de voortdurende onderdrukking door het Ethiopische regime.
De vrijheid door de ether:
Ondanks dat de huidige regering onverdraagzaam en zelfzuchtig is, zijn er in de wereld ruim honderd onafhankelijke Ethiopische journalisten actief. Het is mijn wens dat deze journalisten zich zullen blijven inzetten voor vrede, democratie en ontwikkeling voor het Ethiopische volk. Daarom zijn we sinds twee jaar doende om een onafhankelijk Ethiopisch radiostation op te richten. Samen met Ethiopische collega´s in de diaspora, maar ook met behulp van internationale mediaorganisaties en lokale journalisten in Ethiopië zelf, willen we vanuit Nederland onafhankelijke radioprogramma’s uitzenden zonder politieke stellingname, met veel aandacht voor actualiteit en met een educatieve functie voor vrouwen, jongeren en de bevolking van Ethiopië.
Meer dan 85 procent van de bevolking van Ethiopië bezit een radio. Uit betrouwbaar onderzoek is ook gebleken dat Ethiopiërs meer luisteraar zijn dan lezer of kijker. Zeker op het platteland, waar de meeste Ethiopiërs wonen, is radio de enige informatiebron, maar ook in de grote steden geniet radio veelal de voorkeur boven televisie en kranten.
Als alles gaat zoals we hopen dat het gaat zullen we ons radioprogramma dagelijks een uur lang onder de naam NEGARIT Radio uitzenden op de kortegolf en 24 uur per dag op de site “http://www.ethionegarit.com/”>www.ethionegarit.com. De eerste uitzending is over zes maanden gepland.
*De zogenaamde Provisorische Militaire Bestuurlijke Raad, die het bewind voerde na de afzetting van keizer Haile Selassie. (red.)
© Kibret Mekonnen, ex Ponto Magazine, nr.3, winter 07/08
Filed under: Opinies | Tagged: Ethiopië, journalistiek, Kibret Mekonnen, persvrijheid



