Stijgende voedselprijzen nefast voor armsten in Afrika

Voedsel wordt steeds duurder. De internationale tarweprijzen stegen het laatste jaar met maar liefst 83 %. De stijgende voedselprijzen vormen volgens de Voedsel -en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) – naast de daling van de voorraden en de gevolgen van de klimaatsverandering – een belangrijke bedreiging voor de armen in deze wereld. Het zijn de meest kwetsbare groepen die het hardst getroffen worden. Volgens de Voedsel –en Landbouworganisatie dreigt in 36 landen – waarvan 21 in Afrika – een voedselcrisis.

Het Wereld Voedselprogramma (WFP) luidt de alarmbel en vraagt meer middelen. Zonder bijkomende fondsen moet de organisatie óf besnoeien in de rantsoenen óf minder mensen van hulp voorzien. Het WFP schat door de gigantische prijsstijgingen van brandstof en basisproducten dit jaar 500 miljoen dollar meer nodig te hebben.

De organisatie betreurt minder mensen te kunnen helpen, terwijl er net meer honger lijden. Zelfs mensen in gebieden waar geen voedseltekort is, kampen nu met ondervoeding, niet omdat er geen voedsel is maar omdat ze het steeds duurdere eten niet meer kunnen betalen. “Er is een nieuw tijdperk van honger aangebroken”, zeg WFP-directeur Josette Sheeran. “In sommige landen eten gezinnen niet langer drie keer maar slechts één keer per dag, of eten ze nog zeer eenzijdig.”

Sinds 2005 zijn de prijzen van basisvoedsel, zoals rijst, tarwe en maïs, enorm beginnen stijgen. Eén van de oorzaken daarvan is de toenemende welvaart in China en India, met een grotere vleesconsumptie tot gevolg. Een grotere vraag naar vlees impliceert een grotere vraag naar graan voor het vee (voor 1 kilo vlees is 10 kilo graan nodig). En een grotere vraag doet de prijzen stijgen. Droogtes en watersnoden vernietigen oogsten, doen graanvoorraden slinken en drijven op hun beurt de voedselprijzen de hoogte in. Ten slotte speelt de toegenomen vraag naar biobrandstof een rol. De teelt van gewassen voor biobrandstof heeft de prijs van maïs en suiker nu al de hoogte ingedreven en zal bovendien de prijzen boven historische niveaus houden voor de komende 10 jaar.

Maar ook het jarenlange importbeleid van Afrikaanse landen ligt aan de basis van de huidige malaise. Afrikaanse landen voerden gemakkelijkheidshalve – en gestimuleerd door de grote wereldspelers – voedsel in, in plaats van te investeren in een eigen duurzaam landbouwbeleid. Het Internationaal Fonds voor Landbouwontwikkeling (IFAD) zegt dat dit gebrek aan politieke wil om te investeren in landbouw de kansen op een halvering van de honger in Afrika tegen 2015 gehypothekeerd heeft. “Azië plukt nu de vruchten van de groene revolutie in de jaren ’70, terwijl Afrikaanse leiders er niet in slaagden te profiteren van dat momentum,” zegt IFAD-vicepresident Kanayo Nwanze. In Afrika werden (en worden) meer belastingen op landbouw geheven dan in andere regio’s. Aziatische landen daarentegen voorzagen boeren van kredieten, prijsondersteuning en subsidies. Bovendien zijn de meeste Afrikaanse boerderijen afhankelijk van regen en hebben maar één zaaiseizoen per jaar. De landbouw in Afrika heeft nood aan investeringen in onderzoek en ontwikkeling om de productiviteit te verhogen.

©EMM, Katrien De Graeve (bronnen: Irin, De Morgen, BBCNews)

Reageer

Je moet zijn ingelogd om een reactie te plaatsen.