6 februari is door het Bevolkingsfonds van de VN (UNFPA) uitgeroepen tot Internationale Dag Tegen Genitale Verminking. Wereldwijd heeft naar schatting 120 à 140 miljoen vrouwen de ingreep ondergaan, en jaarlijks riskeren 3 miljoen meisjes er het slachtoffer van te worden. De praktijk schendt de basisrechten van meisjes en vrouwen. Daarenboven wordt hun gezondheid op het spel gezet en riskeren ze fysische en psychische letsels.
Ook in Ethiopië is vrouwenbesnijdenis nog altijd een veelvoorkomend verschijnsel. De Ethiopische regering wil het probleem aanpakken.
Uit een studie van de Nationale Commissie van Traditionele Praktijken in Ethiopië uit 1997/98 blijkt dat 72.7% van de meisjes en vrouwen in Ethiopië een of andere vorm van besnijdenis heeft ondergaan, in de Afar-regio loopt dat cijfer zelfs op tot 94.5%, de Zuidelijke Regio (SPNNR) heeft met een cijfer van 46.3% het minst met het probleem af te rekenen.
De zogenaamde soenna-besnijdenis, waarbij de voorhuid van de clitoris wordt weggesneden, wordt vooral door Amharen en Tigrayers toegepast. Bij de Gurage en Oromo komt het verwijderen van de clitoris en (een deel van) de klein schaamlippen veel voor. De Afar, de Somali en de Harari gaan nog een stap verder en verwijderen meestal alle uitwendige geslachtsorganen. De wonde wordt daarna gehecht en moet genezen door de benen lange tijd stijf tegen elkaar te drukken. In Amhara en Gojam wordt nog een vierde type vrouwenbesnijdenis toegepast, de zogenaamde “Mariam Girz”. Het gaat om het prikken, doorboren of inkerven van clitoris en/of schaamlippen.
De Ethiopische regering is zich bewust van het probleem en zegt het te willen aanpakken. De minister voor Arbeid en Sociale Zaken deed dinsdag een oproep aan gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties om de strijd tegen genitale verminking in het nieuwe millennium verder te zetten. Hij zette de verwezenlijkingen van de Ethiopische regering op dat vlak in de verf en stipte aan dat dankzij maatregelen van de regering de praktijk nu strafbaar is. Niettemin is er nog veel werk aan de winkel om de diepgewortelde traditie de wereld uit te helpen. UNFPA benadrukt dat de wetten moeten worden toegepast, mensen moeten onderwezen worden en gemeenschappen gesensibiliseerd. Sociale verandering kan niet van buitenaf opgelegd worden. Het moet steun krijgen van binnenuit. Door dialoog worden steeds meer gemeenschappen overtuigd van het probleem.
In Burie bijvoorbeeld, een dorpje 40 km ten noorden van Awash, in de Afar-regio, begint de mentaliteit te veranderen. “Een jaar geleden besneed ik alle meisjes van het dorp,” zegt Basu Mohamed. “Nu niet meer. We dachten dat het noodzakelijk was in onze cultuur, maar we hebben geleerd dat dit niet zo is.” Bijna 95% van de meisjes uit Afar zijn besneden. Maar door te praten met clanoudsten en door te werken met lokaal personeel heeft Care International het tij kunnen doen keren.
Fatuma Mohamed, een 26-jarige moeder van drie dochters kent de pijn en de problemen van besnijdenis maar al te goed. “Mijn man begrijpt dat het onnodig is en we zijn overeen gekomen dat onze dochters niet zullen worden besneden.” Maar een niet-besneden vrouw wordt als onrein beschouwd volgens de tradities. “We denken dat zo een vrouw altijd seks wil,” zegt Sheikh Abdu Ahmed, de chef van het dorp. “Maar in feite is er geen enkele tekst in de Koran die ons zegt dat we dit moeten doen. Ik ga mijn dochters niet meer besnijden, en ik vertel mijn zonen dat ze kunnen trouwen met een onbesneden vrouw,” voegt hij eraan toe.
De nieuwe generatie meisjes krijgt stilletjes aan kansen die door hun moeders en grootmoeders nog als ondenkbaar werden gezien. “Meisjes worden hier als ongeluk beschouwd,” zegt Moges Tefera, de coördinator van Care International. “Wanneer een vrouw een zoon krijgt, wordt er geklapt, gejuicht, geroepen en gezongen. Mannen schieten met geweren in de lucht. Als het een meisje is, blijft het stil.” En al sinds mensenheugenis wordt een meisje pas vrouw als ze is besneden, vaak rond de leeftijd van 8. Kort erna wordt ze uitgehuwelijkt aan een volwassen man en wacht haar een leven van zwaar werk en zorg voor haar kinderen. Geleidelijk aan groeit het bewustzijn dat ook meisjes onderwijs verdienen. Amina Ahmed, een 31-jarige moeder wier dochter op school Amhaars, Afari en Engels leert, omschrijft het verschil tussen haar en de volgende generatie. “Het is alsof wij in het donker zaten met gesloten ogen, en dat zij in het licht zitten en kunnen zien.”
©EMM, Katrien De Graeve, 06.03.08 (Bronnen: UNFPA, ENA, US Department of State, The Telegraph)
Filed under: Actualiteit, Noord-Zuid projecten | getagged: Ethiopië, FGM, vrouwenbesnijdenis



