Isayas Gabriel was erbij toen tienduizenden soldaten sneuvelden tijdens de laatste oorlog tussen Ethiopië en Eritrea, een twee en een half jaar durend bloedbad om het schijnbaar onbeduidende grensplaatsje Badme. Zeven jaar na het officiële einde van die oorlog maken de twee landen zich op voor een tweede ronde.
Een internationale commissie die beladen was met de taak de grens voor eens en voor altijd te markeren, gaf het werk op omdat beide partijen zich koppig tegen elke tussenkomst bleven verzetten. De commissie beëindigde haar werk zonder formele demarcatie. Vorige maand meldde de International Crisis Group dat de oorlogsdreiging “zeer reëel” is. Naar schatting 225.000 troepen maken zich op voor een nieuw treffen.
De implicaties gaan verder dan Eritrea en Ethiopië alleen. “Je kan het conflict tussen Ethiopië en Eritrea niet los zien van wat er gebeurt in Somalië, Soedan en zelfs in het Midden-Oosten,” zegt politiek analist Medhane Tadesse in Addis Abeba. “Dit is niet gewoon een klein, onbelangrijk conflictje, het is een grootschalige militaire confrontatie.” Het Westen is lang bezorgd geweest dat de Hoorn van Afrika een kweekvijver voor al-Qaida zou worden. De terreurorganisatie heeft al de verantwoordelijkheid voor verschillende aanvallen in de regio opgeëist, onder andere de bomaanslagen in 1998 in de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania waarbij 225 mensen omkwamen. Verdere instabiliteit door oorlog zou nieuwe kansen geven aan extremisten.
De Verenigde Staten rekenen op Ethiopië voor hun strijd tegen het terrorisme in Oost-Afrika en de Bush administratie is van plan Eritrea als “state sponsor of terrorism” uit te roepen omwille van de vermeende steun aan de Islamitische extremisten in Somalië. Experten stellen dat Ethiopië en Eritrea het grotendeels wetteloze Somalië gebruiken als een oorlogsveld om er een proxy oorlog uit te vechten.
Ethiopië stuurde vorig jaar militairen naar Somalië om er een radicale islamitische groep van de macht te verdrijven, en vecht er nu aan de zijde van de Somalische regering tegen de restanten van de islamitische troepen die er een opstand voeren in heuse Irak stijl. De Eritrese hoofdstad Asmara geeft dan weer onderdak aan de leiders van de Somalische Islamitische groepering en wapenexperten van de Verenigde Naties beschuldigen Eritrea ervan in het geheim grote hoeveelheden wapens te leveren aan de Somalische opstandelingen.
Bulcha Demeska, een Ethiopisch parlementslid uit de oppositie, zegt dat Ethiopië niet tegelijk in Somalië en in Eritrea kan vechten. “Het is niet alleen een probleem van soldaten, het is alles. Logistiek, steun van de bevolking, het engagement van jonge mannen. We kunnen dat niet doen.”
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice, die deze maand in Addis Abeba was voor crisisbesprekingen met een aantal van de meest onstabiele staten van Afrika, maande de Ethiopische eerste minister aan kalm te blijven. “Geen van beide partijen mogen de vijandigheden opnieuw hervatten. Beide landen werken echter aan een “alarmerende” militaire ontwikkeling langs hun grenzen. Naar schatting 100.000 troepen aan Ethiopische zijde en 125.000 aan Etritrese zijde staan volgens de International Crisis Group klaar voor de strijd.
Eritrea maakte ooit deel uit van Ethiopië, maar verkreeg na een 30-jarige guerrillaoorlog de onafhankelijkheid in 1993. De landen bleven het oneens over munt –en handelszaken en bleven ruziën over hoe de grens er precies moest uitzien. Vooral over het plaatsje Badme bleef er onenigheid bestaan. Eritrese soldaten vielen in 1998 het stoffige grensstadje binnen, het begin van twee jaar oorlog. De Eritrese landbouweconomie (70% van de bevolking werkt in de landbouw of veeteelt) was geruïneerd en beide legers leden erge verliezen. “Beide partijen geloven dat soevereiniteit over Badme symbolisch belangrijk is, ook al is het dorpje van weinig intrinsiek economische waarde,” stelt de International Crisis Group. “Degene die uiteindelijk Badme bezit, zal de overwinning kunnen opeisen en de enorme offers die de oorlog heeft gevraagd, kunnen rechtvaardigen.” Na de oorlog werd het stadje door de Eritrees-Ethiopische grenscommissie aan Eritrea toegewezen. Maar Ethiopië heeft het stadje nog niet opgegeven.
Eind vorige maand beëindigde de commissie haar werkzaamheden omdat zij werd tegengewerkt. De commissie beschouwt haar werk als afgerond en stelt dat Badme tot Eritrea behoort. Minilik Alemu van het Ethiopische ministerie van Buitenlandse Zaken noem de beslissing “onverstandig, om het zacht uit te drukken”. Eritrea daarentegen beschouwt de uitspraak als een overwinning.
Isayas die vocht in de oorlog van 1998-2000 zegt opschepperig: “Gezien ik de oorlog heb meegemaakt, weet ik precies welk een vernietiging het betekent,” zegt hij. “Als oorlog uitbreekt, is dat het einde van het regime in Eritrea.” In Eritrea zien ze het anders. “Als Ethiopië een oorlog begint, zullen zij verbrijzeld worden en is het met hen gedaan,” zegt de Eritrese minister van Informatie Ali Abdu.
Kolelech Aleme, een 52 jaar oude schoolverpleegster in Addis Abeba is bang voor de dreigende oorlog. “Beide partijen moeten er alles aan doen om een nieuwe oorlog te vermijden,” zegt ze. “Ik heb een paar familieleden verloren in de voorbije oorlog, en ik weet precies hoe pijnlijk dat was. Ik wil niet dat dit opnieuw gebeurt.”
© Herald Tribune 12.12.07 (kdg)
Filed under: Actualiteit | getagged: Badme, Eritrea, Ethiopië


