(We berichten vorige week al over haar blog, maar haar recentste post wouden we jullie niet onthouden. Je kan haar Ethiopie-ervaringen volgen hier of hier )
Wat betekent het nu werkelijk als een land geen persvrijheid kent? Het is een vraag die me al vanaf het begin bezig houdt. Wat kan je wel zeggen in Ethiopië? En wat niet? En wat voor effect heeft dat op de bevolking?
Zelf merk ik dat het moeilijk is om mensen een mening te ontlokken, met name over overheidsbeleid, maar ook in het algemeen. Ik heb een stukje geschreven over het sms-verbod dat de overheid instelde na de uit de hand gelopen verkiezingen in 2005 en dat als millenniumcadeau (de Ethiopiërs hanteren de koptische kalender en vierden afgelopen september het jaar 2000) weer is opgeheven. Maar ik krijg bijna niemand (behalve Dina en Bereket) zo ver dat ze zeggen dat het een stupide actie was van de overheid, wat het toch echt wel is!
Ethiopiërs zeggen niet altijd wat ze denken, of hebben gewoon geen mening over dingen omdat hen simpelweg niet geleerd is om kritisch na te denken. Soms frustreert me dat enorm. Ik ben op zoek naar mensen die een weldoordachte mening hebben, passievol kunnen vertellen over hun werk of droom, maar soms moet je het echt uit ze trekken.
Gelukkig komen Daniël, Dina en Bereket openlijk voor hun mening uit en kan ik hen alles vragen. Ze lichten regelmatig tipjes van de sluier voor me op. Daniël stelt me aan iedereen voor als journalist en heeft me zelfs gevraagd om een workshop te geven voor lokale journalisten. Dat kan dus blijkbaar. Maar ik kan niet zomaar met een bloemenboer praten over de vervuiling die de bloementeelt aanricht in Ethiopië, want de beste man zou wel eens een telefoontje kunnen plegen naar een ambtenaar bij de overheid of een of ander mannetje met macht.
Daniël is in Ethiopië een bekend schrijver. Naar eigen zeggen omdat hij anders schrijft dan anderen, de waarheid wel te verstaan. Hij vertelde dat hij een script had geschreven voor een sitcom, speciaal voor het millennium, die ging over de luiheid en de schoonheidsfoutjes van zijn eigen volk. Maar de overheid wilde rondom de millenniumviering alleen de goede kant van Ethiopië laten zien en wilde het niet uitzenden. Daniël: ‘ze zeggen het niet recht in je gezicht, je bent niet in gevaar, ze gooien je niet in de gevangenis, maar ze blokkeren je weg. Op de een of andere manier zorgen ze dat je boek of programma het publiek niet bereikt’. Toch blijft hij hardnekkig volhouden en dat vind ik mooi. Hij blijft artikelen, boeken en scripts schrijven om mensen te prikkelen.
Ook Abraham, een cameraman/filmmaker die ik deze week heb ontmoet, vertelt me soortgelijke verhalen. Hij heeft een jaar lang een wekelijks entertainmentprogramma voor ETV geproduceerd (de enige nationale televisiezender, gevestigd in het gebouw van het Ministerie van Informatie…). Hij deed er vier jaar over om toestemming te krijgen. Ongelooflijk. Je zou er van ellende niet eens aan beginnen. Maar Abraham boft: de meeste producers doen er gemiddeld twaalf jaar over….
Ik bewonder hem om zijn lef, want hij neemt geen blad voor de mond en heeft er ogenschijnlijk plezier in om de overheid een beetje op stang te jagen. Hij heeft zelfs gedreigd om ETV aan te klagen, als eerste in de geschiedenis, omdat ze regelmatig zonder opgaaf van reden zijn programma niet uit wilde zenden. Om de grenzen van de persvrijheid op te rekken, maakte hij kritische uitzendingen onder het kopje entertainment: bijvoorbeeld een interview met een filmmaker over zijn documentaire dat het verhaal vertelt van een meisje van acht jaar dat aan aids stierf omdat de verantwoordelijke overheidsinstantie haar geen medicijnen wilde verstrekken.
Een uitzending die openlijk kritiek leverde op het beleid van ETV, bereikte per ongeluk toch de kijkers en zorgde voor de ondergang van het programma. De ruzie laaide zo hoog op met de ETV-bazen dat het programma van de buis werd gehaald.
En verder is het gebrek aan persvrijheid simpelweg merkbaar in de media; de kranten, radio en tv-programma’s zijn saai, oppervlakkig en staan vol propaganda. De journalisten zelf lijken murw, blijven oppervlakkig en lijken ook niet hun best te doen om binnen de mogelijkheden hun creativiteit te gebruiken om boeiende artikelen te schrijven.
En ik? Ik vind het zo jammer, want journalisten die goed zijn opgeleid, zelfbewust en kritisch (zowel positief als negatief) zijn kunnen naar mijn idee zoveel betekenen voor dit land. Ze kunnen prikkelen, bijdragen aan de ontwikkeling van mensen, aanzetten tot nadenken of zoals de NRC het zo mooi zegt, een slijpsteen zijn voor de geest. En dat kan dit land wel gebruiken.
@Sonja Van der Sar
Filed under: Actualiteit | getagged: Ethiopië, persvrijheid, Sonja van der Sar



[...] ook: Sonja Van Der Sar over persvrijheid Ethiopische journaliste Serkalem Fasil krijft IWMF ‘Courage [...]