Kerkschilders uit het Ethiopische stadje Gonder klussen bij met lederwerk voor toeristen. Ze worden daarbij gestuurd door de Ethiopische overheid in samenwerking met de Wereld Bank die op die manier de oude culturele tradities in het land in stand wil houden. Kunnen handtassen de kerkschilderkunst redden?
De Wereld Bank steunt met het “Ethiopian Cultural Heritage Project” (ECHP) de conservatie van het rijke culturele erfgoed in Ethiopië door middel van de inventarisatie, documentatie en conservatie van archeologische en historische gebouwen en sites. Maar de meer recente holistische benadering van erfgoed inspireert ook tot ondersteuning van ambachten. Naar analogie met het denken over ‘natuurlijk erfgoed’ wordt het immaterieel erfgoed als een levend systeem gezien, waarbij niet alleen de meesterwerken, maar ook de meesters zelf als erfgoed – en dus als voorwerp van conservatie – worden beschouwd. Eén van de te beschermen ambachten is de kerkschilderkunst. Ethiopië kent een vijftienhonderd jaar oude schilderstraditie binnen de Koptische Kerk. En ook vandaag nog zijn er her en der in de Christelijke hooglanden kerkschilders aan het werk om en rond de talrijke Koptische kerken. Desalniettemin is hun situatie door processen van globalisering vaak precair. De schilderkunst is niet langer besloten in de Koptische Kerk, maar moet haar plaats zien te vinden in een globale markt. Het oude patronagesysteem waarbij edellieden en clerici kerkschilderingen financierden, is sterk verzwakt en in bijvoorbeeld de toeristenmarkt worden de lokale schilders geconfronteerd met een verpletterende concurrentie van import uit de hoofdstad.Het ECHP wil door mensen uit verschillende ambachten te laten samenwerken en door traditionele motieven te incorporeren in een meer internationale vormgeving, de ambachtslieden nieuwe competenties bieden om sterker te staan in die globale markt.
Weletta Yohannis en Aysheshim Aweke, twee kerkschilders uit Gonder, namen deel aan een workshops lederbewerking en bedrijfsbeheer in de hoofdstad Addis Abeba in het kader van het ECHP. De motivatie om zich bij te scholen komt voort uit het gebrek aan inkomsten die zij uit het maken van kerkschilderijen kunnen halen, maar ook vanuit een drang naar meer erkenning en waardering. Weletta Yohannis, een van de weinige vrouwelijke kerkschilders in Ethiopië, beloofde God toen ze vijf jaar geleden ernstig ziek werd, dat indien ze zou genezen, ze één jaar onbezoldigd voor de kerk zou schilderen. Ze genas en loste haar belofte in. Ze beschilderde een volledige wand in één van de tientallen kerken die Gonder sieren. Maar kerkschilderkunst is al eeuwen een mannenzaak en na haar onbaatzuchtige beginjaar, heeft ze geen nieuwe opdrachten voor kerkschilderijen kunnen binnenrijven. Met de vaardigheden die ze meegekregen heeft in het ECHP, wil ze lederartikelen voor toeristen maken. Ze droomt luidop van een zaak met personeel en hoopt zelf tijd over te hebben om schilderijtjes voor toeristen te maken. Aysheshim Aweke haalt wel vaak opdrachten voor kerken binnen, maar klaagt erover dat hij daarmee onvoldoende verdient. Hij hoopt met zijn nieuwe vaardigheden meer geld in het laatje te brengen, maar ziet zijn nieuwe ontwerpen voor toeristen ook als een middel tot bredere erkenning voor zijn talenten. De foto van een met bloemen beschilderde handtas van zijn hand in het Ethiopische modetijdschrift ‘My Fashion’ ziet hij als een stap in de goede richting.
De vraag bij dit alles rijst of de maatregelen van de Wereld Bank het ‘levend systeem’ dat de kerkschilderkunst is, ook levend kunnen houden. De te conserveren tradities worden in het ECHP als het ware opnieuw uitgevonden. De producten krijgen een hedendaagse look, alleen nog de details herinneren aan wat de ambachtslieden vroeger maakten. Dit hoeft geen probleem te zijn gezien cultuur uiteraard geen statisch gegeven is, voortdurend evolueert en aan de slag gaat met zowel het nieuwe als het oude. Positief is ook dat dergelijke producten het blijkbaar vrij goed doen binnen een internationale markt en op die manier een economische impuls kunnen betekenen. Het zou van westerse arrogantie getuigen moesten we betere materiële omstandigheden voor de schilders in kwestie niet toejuichen. Bovendien kunnen de pogingen tot conservatie van de ambachten en het verbinden van ambacht aan het kwaliteitslabel ‘erfgoed’ voor ambachtslieden zoals kerkschilders een belangrijke valorisatie van hun werk inhouden. Als zij een graantje kunnen meepikken van de hype rond erfgoed, kan dit voor hen versterkend zijn. Het label erfgoed, geplakt op de hedendaagse ambachtslieden, kan toeristen trekken. Toeristen, die nu nog alleen oog hebben voor het historische erfgoed, voor de historische kerken met schilderingen uit vroegere eeuwen, en de recente schilderingen links laten liggen. De interesse van wetenschappers heeft zich de laatste decennia al sterk verlegd naar alles wat met populaire cultuur te maken heeft, de toeristen zullen ongetwijfeld volgen. Hopelijk maken de schilders tegen die tijd niet fulltime handtassen.
©Ere Mela Mela 15.11.07 Katrien De Graeve
Filed under: Beeldende Kunst, Erfgoed | getagged: Aysheshim Aweke, Ethiopian Cultural Heritage Project, Gonder, kerkschilderkunst, Weletta Yohannis



