8 december 2007 om 20u in CC Ter Vesten in Beveren:
Oblomow – Perles d’amour
Zolang de liefde bestaat, wordt ze bezongen. Ook in Ethiopië, Haïti of Madagaskar, net als bij ons. Parels van liefdesliederen, van donker verdriet, van liefde voor je kinderen, van ontbrekende liefde, van liefde die wegtrekt en dan weer terugkomt, van de zoete nasmaak van kalverliefde, van een liefde die taai is en blijft.
De bevallige en in onze streken neergestreken parels, Talike, Minyeshu Tifle Tedla en Marlene Dorcena brengen liederen over de liefde die in je kleren kleven en je er niet meer uit krijgt. De ondersteunende muziek van Oblomow is een mooi geweven doek van een palet van Afrikaanse kleuren.
i.s.m. Kon. Piet Stautkring en Tournee Mondial
met: Marlene Dorcena, Minyeshu Kifle Tedla, Talike, Gerry De Mol, Jan Cordemans, Ivan Smeulders en Frederic Malempre
CC. Ter Vesten
Gravenplein 2
9120 Beveren-Waas
België
03 750 10 00
Karel Michiels over Perles d’amour in Leuven (2/2):
De liefde volgens vier donkere parels en vier bleekscheten
De liefdesliederen van vier uitheemse zangeressen.
Als u dan toch Valentijn wil vieren, laat het dan met ,,Perles d’amour” zijn.
Het gebeurde toen Minyeshu Kifle Tedla aan het zingen was. Krop in de keel, als versteend zitten kijken, zwellende tranen. Je maakt het als doorgewinterde recensent hooguit twee of drie keer per jaar mee, de totale fysieke en geestelijke overgave aan een artiest. Je probeert je nog te vermannen, maar de stem van Minyeshu slingert zich onverhoeds om je ziel en haalt de diepste emoties boven. Het Vlaamse Oblomow weefde er een flonkerend klankdecor omheen, even puur als het Ethiopische sirenengezang.
Minyeshu kreeg midden jaren ‘90 politiek asiel in België. In 2002 bracht ze een eerste cd uit en ze zingt ook bij de Nederlands-Ethiopische groep Chewata. Cécile Kayireba vluchtte al in 1973 van Rwanda naar België, de Haïtiaanse Marlene Dorcena belandde hier in 1991. Talike is afkomstig uit Madagascar en ook zij voelt zich helemaal thuis bij ons.
Als je ze zo ziet staan op het podium, vol zelfvertrouwen en levenskracht, dan voel je je als toeschouwer een bevoorrechte getuige. Terwijl sommige armen van geest nog dromen van een uitgezuiverde blanke maatschappij, plukken wij al volop de vruchten van de multiculturele samenleving. Terwijl zij Valentijn vieren met kitsch en karamelleverzen, verwarmen wij ons aan de liefdesliederen van vier uitheemse zangeressen.
Net die scheidslijn is jammer genoeg ook de achilleshiel van dit soort producties. Een hele zaal vol verdraagzame mensen met een open geest, Afrikaanse hapjes in de foyer, Minyeshu die haar tweede (Belgische) moeder prijst: zo behoren we inderdaad met elkaar om te gaan. Maar we weten allemaal dat het laagje beschaving soms heel dun is. Voor hetzelfde geld zaten deze dames ergens weg te kwijnen in een asielcentrum. En stellen we ons daar nog vragen bij?
Maar dat zijn bedenkingen achteraf. Er wordt in deze voorstelling veel te mooi gezongen en gemusiceerd om je als toeschouwer tot intellectuele beschouwingen te verlagen.
Marlene Dorcena zingt uitbundige volksliedjes, rumba, reggae, bossanova, zouk, maar dan wel met een Franse twist, de vibraties van de musette. Talike heeft een diepe, ongrijpbare jazzstem met een bijzonder tremolo. Ze drapeert haar ode aan alle moeders over een etnische blues. Het verhaal over de wijze vrouw vol liefde die iedere gemeenschap behoort te hebben, neigt naar melancholische pop. Cécile Kayirebwa verpersoonlijkt Mama Afrika, fysiek en vocaal, met veel waardigheid en elegantie. Haar liedjes worden gedragen door het ritme van het hart en bloeien open tot broeierige feestmuziek. Minyeshu reikt in gedachten de hand naar haar overleden ouders. Haar stem vloeit op typisch Ethiopische wijze over de toonladders heen, onthecht van ritme en structuur en er toch mee verenigd.
En die vier donkere parels laten zich dus begeleiden door vier bleekscheten. Jan Cordemans (ex-De Taxi’s van Rick Tubbax, en vele andere bandjes) toont zich een wonderbaarlijke bassist, alsof hij nooit andere muziek heeft gespeeld dan deze verfijnde miniaturen. Ivan Smeulders schittert op accordeon en integreert het instrument subliem in het exotische klanklandschap. Frédéric Malempré verheft het percussiespel tot kunst. Gerry De Mol doet even mooie dingen op gitaar en andere snaarinstrumenten. Weinig muzikanten hebben meer eerbied en respect voor niet-westerse muziek en artiesten (én voor zangeressen!) dan De Mol, die als muzikale leider van Perles d’amour andermaal een prachtig werkstuk aflevert. Uitstekend idee, om met Valentijn ook de liefde voor de muziek te vieren.
© CC De Steiger (Karel Michiels) 07.02.07


