Op de site van Tropicalidad vonden we onlangs een interview met Mulatu Astatke. De vragen werden gesteld door Tim en het volledige interview vind je op www.tropicalidad.be, maar we mochten enkele stukken overnemen:
Mulatu, zit ik juist als ik zeg dat je niet echt voorbestemd was om muzikant te worden? Artiesten hadden niet echt aanzien in het Ethiopië van jouw jeugd.
Mulatu Astatke: “Ja, dat was inderdaad het probleem; een probleem dat zich trouwens niet alleen manifesteerde in Ethiopië, maar in de meeste derdewereldlanden. Een bijkomend probleem was dat er op school ook weinig of geen aandacht besteed werd aan muziek of kunst. Ik ben opgegroeid in een periode waarin alles erop gefocust was om van Ethiopië zo snel mogelijk een moderne natie te maken en wetenschap en technologie kregen daarbij alle aandacht terwijl kunst, muziek en theater als minder belangrijk werden beschouwd. Je kunt je inbeelden hoeveel talent er zo verloren gegaan is in Afrika. Mijn eigen verhaal is heel gelijklopend. Ik studeerde luchtvaarttechnieken maar ik had het geluk een beurs te krijgen om in het Verenigd Koninkrijk te gaan studeren. In de school waar ik daar terechtkwam (Lindisfarne College in Wales, red.), ging een heel nieuwe wereld voor me open. Ze hadden daar departementen voor zowat elke kunstrichting die je je kunt indenken, van theater en muziek tot dans en beeldende kunst. Volgens mij is dat nog steeds de beste manier om je eigen potentieel te ontdekken: probeer gewoon alles eens uit en je ontdekt vanzelf welke verborgen talenten je misschien hebt. Ik voelde al snel dat muziek mijn roeping was, maar mijn familie daarvan overtuigen was een ander paar mouwen. Toen ik hen na veel gepraat en gediscussieer uiteindelijk over de streep kreeg, schreef ik me in aan het Trinity College in Londen voor een studie klassieke muziek. In mijn vrije tijd bracht ik echter veel tijd door in de Londense jazzscene, in clubs als Ronnie Scott’s bijvoorbeeld (Ronnie Scott, geboren Ronald Schatt, was een Engelse jazz tenorsaxofonist die in 1959 een jazzclub opende in de Londense wijk Soho, red.). Ik geraakte meer en meer in de greep van de jazz en zo belandde ik uiteindelijk in het Berklee College of Music in Boston (Massachusetts, USA, red.). Ik was de allereerste Afrikaanse student die zich daar inschreef! Na het beëindigen van mijn studies verhuisde ik naar New York waar ik uiteindelijk mijn eigen Ethio-jazz stijl ontwikkelde.”
In Europa genieten we al jaren van Afrikaanse muziek, maar in vergelijking met muziek uit landen als Mali of Congo, lijkt de Ethiopische muziek wat achterop te hinken. Men begint pas nu de muzikale rijkdom van Ethiopië te ontdekken. Waarom heeft dat zolang geduurd?
Mulatu Astatke: “Ethiopië is een land dat nooit echt gekoloniseerd werd zoals de meeste andere Afrikaanse gebieden; het is een vrije natie met eigen tradities en waarden. Nog belangrijker is misschien dat het eeuwenlang een vrij geïsoleerd rijk is geweest. Tijdens het regime van de Communistische Derg (1974 – 1987, red;) raakte het land opnieuw geïsoleerd en dat bemoeilijkte het voor buitenlandse promotoren om de muzikale erfenis van Ethiopië te komen verkennen. De Ethiopiques reeks (het Franse label Buda Musique begon met de Ethiopiques reeks in 1997 en focuste in het begin voornamelijk op populaire Ethiopische muziek uit de jaren zestig en zeventig, red.) heeft een grot rol gespeeld in het verspreiden en ontsluiten van de Ethiopische muziek. Ik denk dat we ondertussen op de goede weg zijn.”
Waar luisterde je vroeger zelf naar toen je nog in Ethiopië woonde?
Mulatu Astatke: “Ik heb Ethiopië al verlaten toen ik nog maar zestien was, dus de invloeden uit de Ethiopische muziek waren voor mij vrij beperkt, maar ik heb bijvoorbeeld nog zeer goede herinneringen aan Getachew Mekurya, een fantastische saxofoonspeler.”

De laatste jaren heb je je toegelegd op het promoten en herontwerpen van de krar, een traditioneel Ethiopisch snaarinstrument. Hoever staat dat project nu?
Mulatu Astatke: “De krar was traditioneel een instrument met vijf of zes snaren, maar ik heb een versie ontworpen met acht snaren. Dat is eigenlijk indrukwekkender dan het lijkt, want je moet wel beseffen dat het hier gaat om een instrument dat 3000 jaar lang onveranderd is gebleven! Voor de eerste keer in de geschiedenis was er nu dus een krar die octotonische muziek aankon. Het was ook niet alleen een update van het instrument, maar ook van de manier waarop Ethiopische musici eeuwenlang redeneerden en componeerden. Ik ben trouwens nog met verschillende andere projecten bezig; in Harvard ben ik bezig met een microcursus over het belang van Ethiopië in de muziekgeschiedenis – de mekwamia is de Ethiopische versie van het dirigeerstokje en wordt al eeuwenlang gebruikt, dus je zou Ethiopië kunnen beschouwen als de grondlegger van de moderne dirigeerkunst – en ik heb ook een opera gecomponeerd (de Yared Opera, red.) gebaseerd op originele Ethiopische kerkmuziek.”
Heeft het feit dat je zelf hebt moeten vechten voor je muzikale carrière je nooit aangezet om terug te keren naar Ethiopië en daar iets op poten te zetten?
Mulatu Astatke: “Oh, maar dat heb ik wel degelijk gedaan. Ik heb in Addis het African Jazz Village opgericht; een jazzacademie en jazzclub. Er wordt daar jazz onderricht op verschillende niveaus en bands uit alle regio’s van Ethiopië komen er optreden.”
Zijn de dingen in Ethiopië ondertussen fel veranderd?
Mulatu Astatke: “Ja, absoluut! Om te beginnen worden muzikanten tegenwoordig al een pak beter betaald dan vroeger. Dat, gecombineerd met het feit dat de Ethiopische muziek nu ook in het buitenland meer en meer bijval begint te vinden, maakt dat meer en meer jongeren zich gaan toeleggen op een carrière als muzikant. Ethiopië is wel degelijk aan een inhaalbeweging bezig!”